Overal zijn wel een paar mensen met een handicap geland - in gesprek met Karen Soeterik
Over niches in theorie en praktijk uit: Kal, Post en Scholtens (red.) Meedoen gaat niet vanzelf, 2012 De ruimte voor anders-zijn die kwartiermakers proberen te bewerkstelligen wordt wel omschreven als 'niche'. Kwartiermakers werken aan niches op al die plekken waar mensen in de marge willen deelnemen aan het maatschappelijk verkeer. Karen Soeterik vertelt over hoe zij aan niches werkt voor mensen met een verstandelijke beperking in Amsterdamse wijken. In de zijtekst aandacht voor de bijzondere bemiddeling door 'het maatje ter plaatse'. Deze 'maatjes' maken de niche tot niche, een veilige plek voor iemand die je niet zo goed kan 'plaatsen'.
Terug naar publicaties
Geplaatst:
17 maa 2015
Geüpdate:
28 mei 2015
Categorie:
Kwartiermaken
Trefwoorden:
eigenwaarde , herman meininger , karen soeterik , maatjes ter plaatse , tussenruimte , vrijplaats , nichediversiteit , niches
Gerelateerd:
Samenvattend hoofdstuk 8 van het proefschrift Kwartiermaken. Werken aan ruimte voor mensen met een psychiatrische achtergrond.
Doortje Kal promoveerde aan de Universiteit voor Humanistiek bij prof. Harry Kunneman, prof. Guy Widdershoven en dr Victor Kal (copromotor).
In het proefschrift wordt de stelling verdedigd dat het streven naar integratie van mensen met een psychiatrische achtergrond de ontvangende samenleving confronteert met
een strijdigheid; er is sprake van frictie, van een ongemakkelijkheid, er is iets dat niet zomaar past. Deze strijdigheid vraagt van de samenleving met haar instituties en burgers om reflectie op het gangbare met het oog op toegang voor en tot de vreemde ander. Dat is de verstrekkende betekenis van de titel van dit afsluitende hoofdstuk: Waar het huis geen zorg krijgt, vindt de ontmoeting niet plaats. Het huis is hier metafoor voor de maatschappij met haar instellingen en bedrijven, buurten en netwerken, taal en cultuur, burgers en politici. Zonder
voorbereiding, oftewel zonder speciale inzet zal de ontmoeting met de ongewone ander op niets uit lopen. Een integratie zonder dat de ander ‘als ander’ kan verschijnen, dwingt de ander tot eenzijdige aanpassing, tot assimilatie, tot onderdrukkende gelijkwording. Als het proces van vermaatschappelijking de patiënt een ander perspectief wil bieden dan dat van standaardburger, zal de normaliteit waarin gekte tot uitsluiting leidt, niet kunnen blijven wat ze is.
Een beperkte blik op vermaatschappelijking. Deviant nr 66, september 2010
Loes Verplanke en Jan Willem Duyvendak onderzochten de effecten die het beleid gericht op vermaatschappelijking van de zorg heeft voor het leven van psychiatrische patiënten en
mensen met een verstandelijke beperking. Zij hielden daartoe 67 interviews en publiceerden hun bevindingen in een boek: ‘Onder de mensen?’ Met vraagteken, want hoewel uit de
interviews blijkt dat de betrokkenen vinden dat ze nu beter af zijn dan vroeger, zijn ze helaas nog steeds niet echt ‘onder de mensen’. Een weinig verrassende conclusie, aldus Doortje Kal, die het onderzoek plaatst in de context van kwartiermaken en werken aan inclusie.